Zoals ieder jaar vieren de Venetianen het einde van de pestepidemie die de stad in de zestiende eeuw zwaar trof. De epidemie, die alleen al in Venetië in minder dan 2 jaar tijd meer dan 50.000 slachtoffers maakte, werd als een soort goddelijke straf gezien.
In 1576 legde de Doge een plechtige gelofte af om God te smeken een einde aan de pest te maken: hij beloofde een tempel te bouwen “die het nageslacht plechtig zou bezoeken… als eeuwige herinnering aan de ontvangen gunst”. Op 3 mei 1577 werd de eerste steen van de door Palladio ontworpen Tempel gelegd, en op de derde zondag van juli van hetzelfde jaar kon de Doge Venetië besmettingvrij verklaren. Om deze redenen is het Feest van de Verlosser een van de feesten die het meest worden gevoeld door de inwoners van Venetië, die ieder jaar op de derde zaterdag van juli in boten bijeenkomen in het Bekken van San Marco, recht voor Piazza San Marco. Het evenement wordt gevierd met ruim 45 minuten vuurwerk, dat om middernacht eindigt: een grandioos spektakel, vanwege zowel de omvang als de schoonheid van het vuurwerk, het unieke decor dat het evenement omlijst. Gedurende de zaterdag en de zondag is Venetië verbonden met het eiland van de Giudecca, waar de Tempel van de Verlosser staat, via een drijvende brug van ongeveer 400 meter, die voor de gelegenheid wordt aangelegd.